|
|
 |
|
Net als we voor de poorten van Sevilla zijn aangekomen, rammelt de telefoon me terug naar Nederland. Ik koop voor een paar dagen eten. We rijden gestaag door en Frodo zal er aan moeten wennen dat hij slechts na elke keer tanken twee minuten op een bijliggend grasje mag lopen. Frodo laat het gelaten over zich heen komen. Zodra ik wat suf word, stoppen we om een poosje te slapen. Achter het stuur van dit huisje zit je rustig, zolang je maar niet harder dan 100-110 km/u rijdt en als je dan niet te veel stopt, dan ben je twee dagen later in Amsterdam.
|
|
Twee weken later hervatten we de terugreis. Die valt me zwaarder en we doen er beduidend langer over. Ik neem een andere route en we doen de nodige stadjes in West Spanje aan. Toch ben ik met dat snelle heen en weer racen naar Holland nog niet erg in harmonie. Aan de Costa de la Luz, ten westen van Sevilla vinden we enkele lieflijke, rustige dorpjes, waar ik besluit een tijdje te blijven. Aan het stille, fraaie zoute strand zoek ik iets voor Frodo om uit de oceaan te laten apporteren. Een plankje dient zich aan. Frodo racet de zee in en blijft op de plek waar het plankje neer kwam duiken. Hij dwaalt even in het rond, maar daar is het duidelijk niet. Komt terug en blijft op de oorspronkelijke plek voortdurend duiken. Als dat enige tijd geen resultaat oplevert, roep ik hem bij me. Ik realiseer me dat het best een zwaar plankje was, maar heb geen moment vermoed dat het zelfs zwaarder dan zout water zou zijn. Het was vlak en breed en heeft zich ongetwijfeld aan het zand op de bodem gekleefd. Ik wilde Frodo kennis laten maken met de oceaan en dat is duidelijk gelukt, zij het anders dan gepland. Het zoute water geeft nog dagen een witte kring om zijn gitzwarte neusje. Hij is inmiddels ruim een half jaar oud, dus eigenlijk nog een prulletje van niks.
|
 |
|
Midden in de sompige delta van de Guadalquivir ligt het dorpje El Rocio, waarvan de inwoners zich veelal alleen te paard vervoeren. De anderen wonen elders en hebben hier een huisje en four-wheel-drive om regelmatig de vieringen mee te beleven van nuestra senora del rocio, onze vrouwe van de dauw. Het verhaal dat eraan ten grondslag ligt, is in mijn ogen niet anders dan van al die andere heiligen. De festiviteiten zijn nogal uitbundig: het schattige kerkje zit het hele weekend driemaal daags boordevol. Mannen met laarzen en grote sombrero's, vrouwen met hoeden, grote rokken en zanderige laarzen lopen af en aan, dragen kinderen op de arm of in een kinderwagen. Iedereen verdringt zich om voorin het zingen en andere ceremonieën gade te slaan. Op een avond doen de donkere kerk, stampvol met mensen met een brandende kaars in de hand me even huiverend denken aan de nieuwjaarsbrand in Volendam. Het plafond mag hoog zijn, bij de enige deur achterin is het gedurende een dienst al voortdurend dringen. Het stadje is lieftallig wit in het zanderige moeras. Alle huizen hebben een balk voor de deur om de paarden eraan vast te zetten. Dat hoort nu eenmaal zo, maar de luxe four-wheel-drives duwen de paarden in de verdrukking. Locale bewoners, die in de Donana werken zitten fier en schier vergroeid op schitterende paarden. Perfect ruiters. Een van hen wil geld bieden voor Frodo. Ik claim zijn paard, met als argument dat beide even nobel zijn. We delen de bewondering in elkaars dieren.
|
 |
Om onduidelijke reden mijd ik de stad Sevilla. Ik ben wars van elk toeristisch gedoe. Ten oosten van de stad liggen tal van oude Moorse dorpjes en stadjes.
|
 |
|
Veelvuldig rijd ik mijn grote auto klem in een van de steegjes. Rustig hulp afwachten of tientallen meters even benauwd alle verkeer achteruit duwen leer je vanzelf. Hulpeloos glimlachen en geduldig zijn doet wonderen.
In een onbenullig kroegje op een even onbenullig kruispunt is het verzamelpunt van de Spaanse voorjaars-veldwedstrijden voor zowel Britse als Continentale Staande honden. Dagelijks vertrekken er vanaf dit punt een ruime tien wedstrijden naar de omliggende jonge graanakkers, met elk een 12 deelnemers. Hier duren de wedstrijden twee weken en daarna gaan we verder voor vooral Continentaal werk even noordelijker voor weer een dikke week met vele wedstrijden per dag, zeven dagen van de week. De Italiaanse, Franse, Spaanse professionals rijden in enorme bestelwagens vol met honden. Niet zelden gaat bij een solowedstrijd de keurmeester van een wedstrijd met slechts een drietal deelnemers het veld in: een deelnemer met bijvoorbeeld negen honden en nog twee om die ene deelnemer af en toe een momentje rust te geven. Behalve enkele helpers moeten die mannen een stalen conditie hebben. De Britse Staande Honden lopen in koppel. Prachtig werk!
Tegen tien uur in de ochtend hebben de meeste deelnemers zich wel ingeschreven en dan is het wachten totdat elke groep naar het voor hen bestemde veld vertrekt. Niet zelden is het pas tegen twaalven dat we naar een veld vertrekken, maar dan niet voor de wedstrijd van die dag maar voor de barrage van de vorige dag. Tegen tweeën beginnen we dan meestal wel met de wedstrijd van die dag, totdat het vrijwel donker is en dan zien we morgen wel weer verder. In Spanje kan dat. Zo wedstrijden we drie weken lang in Andalusië. In Spanje kan dat.
Ik hoef niet alles te zien en vertrek vroegtijdig richting Granada, de via de Irving Washington. Me afvragend wat dat te betekenen heeft, vind ik zijn boek over zijn bezoek aan de Alhambra in 1830. Drie maanden lang heeft hij mogen wonen in deze Moorse vesting en ik zet koers naar de Sierra Nevada om eerst dit boek te lezen alvorens het Alhambra te bezoeken.
|
 |
|
 |
|
Aan de voet van de Sierra vind ik een rustige en vriendelijk camping. Voor het eerst verblijf ik enige tijd op een camping. Mijn uitzicht is beeldschoon en Frodo heeft een gigantische, acht jarige Herder-teef als speelmaatje gevonden. Deze hond is toch tamelijk dominant, maar na enige tijd staat zij tot verbazing van eigen baas zelfs haar stokken af aan mijn charmante frummeltje en het duurt niet lang tot ze gezamenlijk uit dezelfde waterbak staan te lebberen.
Ik lees over de geschiedenis van het Alhambra, wandel in de omgeving en we bestijgen de Veleta, zij het niet tot de top van 3398 meter. De Sierra Nevada, het Morenland heeft me intens doen genieten van het grootse land dat Spanje heet.
|
 |
|
|