Het jachtseizoen en de risico's

Elk jaar ben ik weer blij als de honden aan het einde van het jachtseizoen ongeschonden zijn. De ongelukjes op jacht liggen in een klein hoekje.
Natuurlijk wil je een hond hebben die goed elke dekking neemt en onverschrokken die fazant van diep onder de bramen weg peutert. Na een paar dagen stevige bramen zijn de randen van de ogen van de honden steevast gehavend; op de dag zelf nog vaak bebloed, maar dat herstelt razend snel en vijf dagen later lijkt het of je hond roos heeft rond de ogen. Maar ook de ogen zelf moeten het nog wel eens ontgelden. Braam of sleedoorn hakt in menig hoornvlies.
De poten zijn ook vaak slachtoffer van gebroken glas in sloot of berm. Het valt me op hoe atletisch geraffineerd honden zijn en relatief weinig verstuikingen of dergelijke oplopen. Ze maken enorme snelheden en gigantische sprongen, maar zelden levert dat problemen op.
Meestal zijn het verwondingen van buitenaf om maar niet te spreken van prikkeldraad, door Hugh Falkus heel treffend "the curse of the countryside" wordt genoemd.
En is het niet de hond die geblesseerd raakt dan overkomt ons mensen ook nog wel eens wat, zoals hiernaast na de eenden laat op de middag ik tot aan mijn klak in de plomp zakte. Gelukkig was er iemand zo vrinedelijk u dit leedvermaak te delen.
Hoe gevaarlijk het is te leven
Dit seizoen liep mijn jonge hond een iets onfortuinlijker blessure op. Natuurlijk moet hij hindernissen kunnen nemen en altijd als ik hem vraag een hek of schapengaas of sloot te "nemen" dan vertrouwt hij dat hij dat kan. Dat moet ik met regelmaat oefenen, want het gebeurt soms dat hij op 80m over een schapengaas of door prikkeldraad moet en dus moet hij met vertrouwen aan zo veel mogelijk situaties gewend zijn. Dat zijn ze danook.
Ook ben ik blij als mijn hond een onverschrokken, doortastend jager is. Zo was hij half december aan het nazoeken, krijgt ergens verwaaiing van en springt over een klein muurtje; ik zie in mijn ooghoeken dat hij over het muurtje zweeft. Geschrokken brul ik er geheel tevergeefs "NEE!!" achteraan. Want het was bovenop een verlaten romeinse spoorbrug en mijn hond valt uitgerekend op het diepste punt waar een riviertje stroomt. Als ik over het muurtje kijk ligt hij zo'n twintig meter dieper tussen de grote stenen aan de rand van het water. Ik weet dan hij met gemak dood kan zijn of tal van gebroken botten heeft. Het duurt de nodige tijd voordat ik door de begroeiing bij hem kan komen, maar dan is hij daar al weg. Dus klauter ik de lange weg weer terug en vind hem ogenschijnlijk geheel in takt. We moeten toch nog een stuk lopen dus observeer ik hem intussen goed en ik kan maar niet geloven dat hij er bij loopt alsof er niets is gebeurd. De lokale dierenarts kan ook niets vinden, maar voorspelt dat hij ongetwijfeld morgen pijn zal hebben.
Drie dagen duurt de shock, loopt hij als aan mijn been geplakt en 's nachts jammert hij de hele nacht een beetje, totdat ik mij beneden op de bank in mijn slaapzakje nestel. Dan is het goed.
Twee dagen na de val vind ik zijn oriëntatie niet helemaal goed en behalve het vermoeden van een hersenschudding kan daar geen oorzaak voor gevonden worden. Mijn eigen dierenarts is uitermate grondig en controleert werkelijk alles. Op een moment dat hij de wervelkolom tordeert tongelt de hond heel eventjes minimaal, maar genoeg om daar een foto te nemen. Een gescheurde lendenwervel is wat wordt bevestigt met de opdracht om acht weken niet te bewegen.
Nu we twee maanden later langzaam aan zijn fysieke herstel gaan werken, studeer ik er nog op hoe je een jonge, dynamische hond enigszins rustig kunt houden als je 's morgens beneden komt, thuis komt en de deur open doet, hem te eten geeft en bij alles wat hij doet. Zijn enthousiasme bestrijden doet hem alleen meer stuiteren, opsluiten in de bench is een goede oplossing, maar ook daar moet hij soms uit…
Ach, ik heb mijn best gedaan... Het blijkt maar weer hoe gevaarlijk het is om te leven.



